VAK PARKEREN ACHTERUIT

Wat:
Vak parkeren kan zowel vooruit als achteruit, afhankelijk aan welke kant van de weg je de auto wilt parkeren:
1. Achteruit vak parkeren -rechterkant van de weg Dit onderdeel valt onder de bijzondere verrichtingen, dus ook in dit geval zul je alle weggebruikers voorrang moeten verlenen.
2 . Vooruit vak parkeren -linkerkant van de weg

Waarom:
Het vak parkeren is een onderdeel dat veel terugkomt in het verkeer. Bijvoorbeeld bij winkelcentra en woonwijken vind je veel parkeervakken. Het is belangrijk dat je vlot en veilig de auto in een parkeervak kan zetten.

Doen:
Hieronder zal worden uitgelegd hoe je de auto in een vak parkeert. Houd altijd van tevoren in de gaten aan welke kant van de weg je wilt parkeren!

Achteruit vak parkeren:
Als je achteruit een vak in wilt parkeren dan kies je een parkeervak aan de rechterkant van de weg. Je kunt de auto gemakkelijk in één keer het parkeervak insteken.

Je verricht de volgende handelingen:
1. Zet de ‘B-stijl’, dat is de stijl waar de gordel van de passagier aanhangt, op het midden van een parkeervak, en zorg dat je auto een halve meter vanaf de kant van de rijbaan staat.
2. Langzaam achteruitrijden en op het moment dat de auto in beweging komt maximaal naar rechts sturen. Je komt dan niet in het vak naast de B-stijl uit, maar een vak verder, je moet er dus altijd een vak tussen rekenen.
3. Als de auto in het vak staat, de wielen in de rechtuit stand zetten (dit is makkelijker bij het uitrijden).

Op het moment dat je het vak weer uit wilt rijden kan het zijn dat er een auto naast jouw auto geparkeerd staat. De neus van jouw auto wijkt uit op het moment dat je gaat sturen en deze kan dus de auto naast jou raken.

Om dit te voorkomen verricht je de volgende handelingen:
1. Zet de auto in de eerste versnelling.
2. Koppeling gebruiken om de auto langzaam vooruit te laten rijden.
3. Ga pas sturen op het moment dat de buitenspiegels uit het parkeervak zijn.

Scannen:
Kijken voordat je stopt zoals geleerd, maar i.p.v. richting aangeven naar rechts, gebruik je nu de alarmverlichting, omdat je een halve meter van de kant staat. Houd rekening met de uitzwaai van de neus van de auto (naar links), dus kijk voordat je begint in de binnenspiegel, linkerbuitenspiegel en dode hoek. Controleer dit regelmatig tijdens de oefening. Kijk bij het uitrijden of er geen verkeer aankomt en controleer de spiegels en dode hoek als je weer recht op de rijbaan staat en wilt wegrijden.

Zoals gezegd is het makkelijker om een parkeervak aan de rechterkant achteruit in te rijden, maar er zijn uitzonderingen. Als je op een drukke weg rijdt wil je niet te lang op de rijbaan stilstaan.
Als je aan de rechterkant het parkeervak vooruit wilt inrijden stuur dan de auto zoveel mogelijk naar de linkerkant van de rijbaan zodat je ruimte genoeg krijgt in een keer het vak in te sturen.
Soms liggen er schuine parkeervakken aan weerszijden van de straat, vaak op eenrichtings wegen. Hier is het de bedoeling dat je vooruit inparkeert zodat de neus van de auto in de goede rijrichting blijft staan.

Tekening:

Youtube:

SocialShare