Voorrang/Kruispunten

Wat: Er zijn twee verschillende soorten. kruispunten te onderscheiden:

1. Gelijkwaardig kruispunt
Een kruispunt zonder voorrangsborden en voorrangstekens.

2. Voorrangskruispunt
Een kruispunt met voorrangsborden en voorrangstekens.

Gelijkwaardig kruispunt
Bij een gelijkwaardig kruispunt geldt de algemene voorrangsregel:
alle bestuurders van rechts hebben voorrang! Dit geldt dus niet voor voetgangers.

Tekening:

Voorrangskruispunt
Bij een voorrangskruispunt zijn verschillende voorrangsborden te onderscheiden:
1. Voorrangsweg De gehele weg is een voorrangsweg totdat je het bord einde voorrangsweg krijgt. Binnen de bebouwde kom staat dit bord voor het kruispunt, buiten de bebouwde kom na het kruispunt.

2. Voorrangskruispunt Op het bord wordt de zijweg weergeven (links, rechts of beide). Alleen op dit kruispunt geldt de voorrang en niet zoals hiervoor op de gehele weg.

Voorrang verlenen Op het moment dat je voorrang moet verlenen, zijn er bij een voorrangskruis-punt haaientanden op het wegdek te zien. Dit in combinatie met het bord, betekent dat je bestuurders op de kruisende weg voorrang moet verlenen.

Tekening:

Waarom: Er zijn 2 redenen waarom je kruispunten leert tijdens de rijlessen:
1 . Kruispunten komen het meest voor binnen het verkeer in Nederland.
2. Kruispunten en splitsingen van wegen zijn onderdelen met de meeste (dodelijke) ongelukken.

Doen: Positie, scannen en ruimtekussen. Uitgelegd word hoe je een kruispunt veilig nadert en oversteekt.

Positie:
Houd op alle kruispunten zoveel mogelijk rechts met uitzondering van kruispun-ten waar je zelf voorrang moet krijgen.

Tekening:

Scannen:
Ruim voordat je het kruispunt nadert (±200m) scan links, voor en rechts.
Zo kun je:
a. Op tijd zien met wat voor kruispunt je te maken krijgt.
b. Wat het zicht is op het kruispunt.

Ruimtekussen:
Ruimtekussen, vooruitkijken, de ruimte om de auto heen moet goed in de gaten gehouden worden.
Een handige bestuurder maakt ook gebruik van zijn ruimtekussen.

Tekening:

Kijk naar de auto die van rechts komt. Wanneer kun je beginnen op te rijden? Als de auto op positie 1, 2 of 3 is?
Het antwoord is positie 2, omdat je het eerste gedeelte (het ruimtekussen) dicht kunt rijden. Dit kan alleen als je je aandacht goed verdeelt (scannen) en zo zie je dat deze onderdelen altijd met elkaar te maken hebben.

Gelijkwaardig kruispunt
Als je ruim van tevoren scant op een gelijkwaardig kruispunt en je hebt goed zicht, kun je in dezelfde versnelling blijven rijden. Heb je te maken met slecht zicht, dan moet je afremmen en terugschakelen, meestal naar de tweede versnelling.

Tekening:

Nader je een gevaarlijk kruispunt (zie bord tekening kruispunten?) Dan heb je ook te maken met een gelijkwaardig kruispunt, maar dan met slecht zicht. Aan te raden is om dit kruispunt te naderen in de tweede versnelling.
Verdeel zoveel mogelijk jouw aandacht en kijk niet te lang naar één punt.

Tekening:

Nog een punt van aandacht is het links afslaan op een gelijkwaardige T-splitsing. De bestuurders die van rechts komen, hoeven aan niemand voorrang te verlenen. Hun snelheid is vaak hoger dan op een gelijkwaardig kruispunt. daar moeten zij voorrang geven aan bestuurders van rechts. Bij slecht zicht op een gelijkwaardige T-splitsing maak je gebruik van je snelheid/stoppen/stilstaan.

Tekening:

Voorrangskruispunt
Hier moet je voorrang verlenen aan alle bestuurders op de kruisende weg. Een voorrangskruispunt nader je altijd in de tweede versnelling. Heb je goed zicht en is de weg vrij? Dan kun je in de tweede versnelling oversteken. Is het zicht slecht door een begroeiing of bebouwing? snelheid eruit, of stoppen.

Tekening:

Verwacht dat een fietspad altijd aan twee kanten bereden mag worden en kijk dus altijd ook rechts voordat je het fietspad oversteekt, kijk ook of je tussen het fietspad en de rijbaan kunt staan.

Als dat niet kan zul je voor het fietspad moeten wachten.

Krijg je te maken met een stopbord dan moet je dezelfde voorrangsregel toepassen, verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg. Je bent dan verplicht te stoppen voor de stopstreep. Is de stopstreep er niet dan stop je voor het kruisingsvlak.

Een stopbord kom je alleen tegen op voorrangskruispunten die slecht te overzien zijn, of op voorrangskruispunten waar in het verleden veel ongelukken gebeurt zijn.

Sociaal aandeel
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •